Vrolijke huilende buiken

Wanneer, ik zie je lachen in je buik
Ik zie je tranen stromen langs je rug
Ik voel het smetten op mijn huid
Naar binnen dringend krachtend uitend
Voeten sluimeren maar door de bladeren

In de winter ligt het stil naar je te kijken
De rust is om ons heen
Zachte voetjes laten los
in onze haren in de wind
Langs riethalmen zie ik de wazige horizon
en in de verte jou
Daar is het licht
Daar zal ik gauw zijn
Dan ben ik hier, dan ben ik daar
Als een zandkorrel geslepen
Meegesleurd wordend in de zee
en in de wolken

De lente brengt het mee in het dichtbegroeide land
Dat iedereen bereiken zal
Ik weet nog niet wat ik daar zie
Ik zie nu een zachte stam
Begroeid met dorre linten
Het zaad fluistert zacht dat het wil groeien
Groeien naar een sterke boom

Een boom die over alle wolken kijkt
Een boom die alle kevers ziet,
De kevers op haar lange krullende wortels op de bodem
De bodem van het oneindige gelukkige aardse gevoel
Dat mij meeneemt in mijn slaap naar verre oorden van het mij in mij
 


Op dit gedicht berust copyright. Voor publicatie zowel virtueel als op print dient contact te worden opgenomen met Jorieke Putman.