Hieronder mijn proza-speech geschreven voor de opening van het zomerfestival op de Hof van Wezel (te Beuningen), 27 augustus 2010.
Mijn vriendin en ’kunsten-makersmaatje’ Maaike van Baal heeft me gevraagd om bij haar kunstinstallatie, gemaakt in het thema vlinders en vrijheid en gesitueerd in de open lucht, een stuk te schrijven en dit te presenteren voor de opening van dit festival.

Een filmpje hiervan is op youtube te vinden: klik op deze link: ''20 opening festival op De hof van Wezel 2010 met proza van kunstenaar Jorieke Putman''


De vlinder in mij

Ik heb angst voor jou, mijn eigen Vlinder
Ik heb angst voor jouw vrijheidsvleugels
omdat deze me overal kunnen brengen waar ik nog niet ben geweest.

Ik heb angst voor jou, mijn Vlinder
die binnen de onvrijheid alleen maar leven kan in vrijheid.
Bij jou zie ik geen kooi die je gevangen houdt.
Ik zie door jou dat ik degene ben die niet uit mijn eigen kooi durft te kruipen.

Hoe kan jij, mijn Vlinder die me altijd vergezelt, nu samen met mij leven als ik de verwachting
zou hebben dat jij in mijn kooi zult kruipen?
Hoe kan ik nu samen met jou leven als jij de verwachting
zou hebben dat ik jou in jouw vrijheid achterna vlieg?
Mijn angst zou jou het liefste in dat kooitje willen stoppen,
maar ik mag en kan het jou niet vragen
omdat ik weet dat vrijheid jouw léven is.
Anders ga jij dood en teren jouw vleugels langzaam weg in mijn gevangenis.
Jij, Vlinder van mij, die zoveel van mij houd, zou mij zoiets ook nooit vragen…

Het is niet erg dat ik een kooi heb en jij niet,
-maar- hoe verenig ik dit dan, want ik wil zo graag, net als jij, ook de Hemelen bestijgen!
Hoe sluit ik vrede met mijn aardse behoeftes
die ik tegelijkertijd nodig heb als een geraamte dat mijn basis is?
Mijn tastbare kooi is mijn veiligheid. Zo slecht heb ik het daar niet!
Want mijn zicht door de tralies biedt stabiliteit en is tenminste van het minste toch nog iets van wat ik heb...
Hoe sluit ik vrede met een Vlinder met een ander open zicht?
Hoe sluit ik vrede met een Vlinder die zich nergens aan vastgenageld voelt?
Hoe sluit ik vrede met een Vlinder die geen enkele verwachting heeft in het aardse bestaan, maar die gelooft dat de kracht –ín- mij, mijn levensovertuiging zou moeten zijn die mij draagt door alles heen.
Hoe sluit ik vrede met een Vlinder die zich durft te voeden met alles wat de aarde haar te bieden heeft, zónder de angst dat de nectar haar vergiftigd?
Hoe sluit ik vrede met een Vlinder waarvan ik niets verwachten kan
behalve onvoorwaardelijke liefde alleen?

Ik heb angst voor jou, mijn Vlinder, om met jouw tempo van het hier en nu mee te veranderen,
omdat het voelt dat het nog niet bij mij past.
Omdat ik de weg naar jou, mijn Vlinder, echt nog niet weet!
Elke dag staat mijn leven met de wetenschap van jouw bestaan naast mijn zijde daarom ook steeds opnieuw op losse schroeven.
Wanhopig zoek ik, blijf ik zoeken, naar dé weg. Naar vrijheid.
Dus ik doe mijn best om ook flexibel mee te vliegen, maar ik heb het gevoel dat ik verzuip in mijn eigen wil om vrijheid na te jagen.
Het lijkt iets –buiten- mij te zijn. Vrijheid lijkt zich buiten mij af te spelen.
Want ik zit hier, in mijn kooi.

Maar ik weet óók, zonder jou, mijn Vlinder, ga ik dood en kán ik niet leven!
Ik kwijn langzaam weg zonder jou!
Ik voel me afhankelijk van jouw grootse onvoorwaardelijke liefde die jij me steeds geeft,
omdat ik me hecht aan jouw schone vorm waarin jouw Vlinderziel verschijnt aan mij.
Maar het liefst stop ik jouw lijf in mijn kooi, zodat ik zeker weet dat jij me nooit meer verlaat.
De kooi bied me dan de schijnbare zekerheid dat jij bij mij blijft.
Maar ik weet ook dat jij dan in jouw geest steeds verder van me af komt te staan.
Jouw vrijheid moet me voldoende vertrouwen geven dat je bij me blijft zeg je me steeds.

Jij kan vrij zijn binnen de onvrijheid die het leven jou opdringt.
Maar hoe kan –ík- vrij zijn binnen de onvrijheid van angst?
Jij hebt de ware vrijheidsboodschap van jouw vleugels ontdekt, dat zie ik wel.
Ik leef de angst. Ik –ben- de angst geworden…

Jouw vrijheid hangt -om mijn kooi-. Het is verstikkend en tegelijkertijd, snak ik ernaar, want zodra ik jouw aanwezigheid eventjes niet meer voel, wordt ik nóg wanhopiger!
Ik snak naar verlossing, want ik zie wat de aanvaarding van al het leven en het lijden doet met jou.
Jij bent vrij!
Ik snak ernaar, maar weet dat het te hoog gegrepen is voor mij.
De angst bezit mij, ja, ik weet het!
En daarom blijf ik zitten in mijn kooi. Ik voel mij geheel verlamd.
Met mededogen kijk jij naar mijn lijden.
En met frustratie kijk ik naar jou…

Jij, mijn Vlinder, zegt me vaak dat ik het vertrouwen alleen aan mezelf kan geven
en dat jij niet mijn leegte op kan vullen omdát ik jou –al- schijn te Zijn….

Maar hoe kom ik daar dan achter? Hoe ga ik dit dan werkelijk in-Zien? En hoe voél ik dit dan?

Meegenomen naar de waterbron
zie ik in de spiegels van mijn ziel
wie ik ben
Een openbaring dient zich aan….

Ik zie een rups.
Kronkelig en sappig groen net als van de bladeren.
Als ik mijn Vlinder vanuit de verte opnieuw zie, roep ik, ‘’Gelukkig daar ben je weer!!’’
Waarop jij zegt: ‘’Nee, daar ben –jíj- weer!’’
‘’Wat bedoel je toch?!’’ schreeuw ik wanhopig!
‘’Kijk maar. Kijk maar dieper in het water’’, fluister je zachtjes in mijn oor.
Als ik mijn hoofd opnieuw voorover buig en kijk in de spiegel van het water, zie ik tegelijkertijd achter de rups een omhulsel hangen in een boom.
‘’Dat is je verleden en je toekomst’’ hoor ik je zeggen, terwijl je mij zachtjes streelt met jouw prachtige vleugels.
‘’Kom ik laat jou je verleden en je toekomst scherper zien’’ en je neemt mij mee dieper het bos in. En je vertelt in alle rust verder:
‘’In het verleden was dit omhulsel jouw kooi. Het bood je bescherming en dat had je nodig om te overleven.
In de toekomst is dit omhulsel jouw cocon die jou de mogelijkheid geeft om in de tastbaarheid te gaan voelen en te gaan ervaren dat jij mij al Bent.
Want de cocon laat je uit groeien naar volledige volwassenheid.
In elk stadium van de ontpopping laat jij een oud stuk van jouzelf achter om op weg te gaan naar meer vrijheid. Kijk nu maar eens opnieuw in de diepte van het water….’’

In ontroering geraakt zie ik een prachtig mooi wezen staan met enorme vleugels achter haar lichaam.
Wat een kleurenpracht! Wat een schoonheid straalt er vanaf!
In mijn verbazing beweeg ik wat onwennig.
Met mijn vleugel wijs ik heel voorzichtig naar de waterspiegel en ineens besef ik het!
‘’IK BEN HET, DE VLINDER! IK HEB OOK VLEUGELS!’’ roep ik hard.
Waarop jij zegt; ‘’Je was allang volledig, alleen je voelde nog niet dat je allang vleugels had!’’

Ik besef me, door jou leer ik zien dat mijn kooi een weg van lijden was.
Door jou leer ik mijn dualiteit te Zien.
Door jou leer ik steeds meer mijn vleugels te zien om langzaam te ontdekken wat vrijheid –IS-.
Voor het eerst bezie ik mezelf van een andere kant. Wat een openbaring.
Geen wezen meer zonder uitzicht. Maar een wezen met perspectief.
Geen wezen meer dat ontmoedigd raakt wanneer vrijheid in haar nabijheid rondfladdert,
maar zich enkel dan nog in alle tevredenheid kan laten aanraken in de vrijheid die ze zelf geworden is.

Jij, mijn Vlinder, komt nog één keer als vanouds naast me zitten, waarop jij tot slot zegt:
‘’Om te blijven leven
moet er eerst een stuk in ons gestorven zijn.
Stervend gaan we ieder onze weg.
Op weg naar ons heelal om op te kunnen stijgen
als een rups die de volgende winter weet te doorstaan.
Stervend bereiken we onze sterrennacht
om te ontdekken dat we vleugels hebben
die ons bevrijden kunnen
waardoor we het dalen niet verleren
zodat we kunnen blijven gaan
waar we staan op onze grond.

Om ooit te kunnen sterven
moet er eerst een stuk in ons tot leven zijn gekomen.
Levend gaan we ieder onze weg.
Op weg naar onze gronden om te kunnen aarden
als een vlinder die zich voeden moet.
Levend bereiken we onze bodem
om te ontdekken dat onze grond
op losse schroeven staat
waardoor we het vliegen niet verleren
zodat we kunnen blijven stijgen
waar we gaan door onze lucht’’

Jij en ik.
Zijn nu één.
Want jij bent mij en ik ben jou.

En ik, als vrije vlinder, heb daarom nu besloten
om op mijn beurt me te gaan verbinden met andere vrijgemaakte medevlinders
opdat wij ons zo met z’n allen kunnen gaan verbinden
met onze andere nog niet vrije medevlinders
die nog niet beseffen dat zij hun cocon kunnen openbreken,
en hen zo op deze manier kunnen uitnodigen om mee te gaan op weg naar de waterbron.

Het maakt niet uit of jij je als een rups voelt,
of dat je al het besef in je draagt dat je allang een vlinder bent,
want met z’n allen zijn we welkom bij de waterbron om te vieren dat een ieder in zijn eigen tempo transformeren mag.
Wie gaat er mee op weg met mij?
Durf jij jouw vleugels te laten zien in dit bos?
Zo ja, wil jij dan nu samen met mij een spoor achter laten van jouw vlinderlijke schone kleurenpracht.
En deze ware vlinderboodschap verspreiden via de vlinders die ik nu bij mij heb…...


tekst: copyright Jorieke Putman, 26 augustus 2010
foto: copyright Jorieke Putman, titel ''de cocon'', locatie: Frankrijk, mei 2010